- Inkoop, productie en aflevering staan meestal in drie systemen
- De koppeling moet ontstaan bij de handeling, niet in een rapportage
- Scannen bij uitgifte is de goedkoopste manier om dit te regelen
Herleidbaarheid begint bij de vraag welke grondstofpartij in welke productiecharge terecht is gekomen. In de meeste bedrijven is dat bekend bij de operator die het heeft gedaan en nergens anders vastgelegd, of het is vastgelegd op een lijst die later wordt overgetypt.
Waarom achteraf koppelen niet werkt
Een rapportage die achteraf probeert te bepalen welke partij is gebruikt, moet dat afleiden uit voorraadstanden en tijdstippen. Dat werkt zolang er een partij per artikel in omloop is. Zodra er twee open partijen zijn, wat in de praktijk vrijwel altijd zo is, is de afleiding een gok.
Scannen bij uitgifte
- De operator scant de partij die hij aanbreekt, en dat kost enkele seconden.
- Het systeem koppelt die partij aan de lopende charge.
- Bij het aanbreken van een tweede partij binnen dezelfde charge worden beide vastgelegd.
- Restanten blijven als open partij staan, met de werkelijke hoeveelheid.
De weerstand die u tegenkomt
Het scannen zelf is geen moeite. De weerstand ontstaat als het systeem traag reageert of als een scan wordt geweigerd zonder duidelijke reden. Op een productielijn is drie seconden wachten al te lang. Het ontwerp van dat moment bepaalt of de registratie volledig blijft of dat er omheen gewerkt wordt.
Wat u ermee wint naast herleidbaarheid
Er is een bijeffect dat vaak meer oplevert dan de herleidbaarheid zelf: u kent het werkelijke grondstofverbruik per charge in plaats van het berekende. Het verschil tussen die twee is uw verlies, en dat was tot dat moment onzichtbaar.


