- Bij import verschilt de inkoopprijs per zending
- Vracht, heffingen en koersverschil horen doorgerekend te worden tot op artikelniveau
- Zonder die doorrekening kent u uw marge niet
Wie importeert, betaalt zelden alleen de factuur van de leverancier. Er komen vracht, verzekering, invoerrechten, inklaringskosten en soms een koersverschil bij. Die posten komen op een ander moment binnen dan de goederen en belanden daarom vaak als algemene kostenpost in de boekhouding.
Waarom dat uw marge vertekent
Als bijkomende kosten niet worden doorgerekend, lijkt uw brutomarge hoger dan hij is. Erger nog: de vertekening verschilt per artikel, want een volumineus artikel draagt meer vrachtkosten dan een klein artikel in dezelfde zending. Uw goedkoopste artikelen zijn dan doorgaans het minst winstgevend, en dat ziet u niet.
Hoe u het doorrekent
- Leg per zending vast welke bijkomende kosten erbij horen, ook als de factuur later komt.
- Kies een verdeelsleutel per kostensoort: vracht op volume of gewicht, invoerrechten op waarde.
- Werk de inkoopprijs per variant bij zodra de kosten bekend zijn, met behoud van de historie.
- Reken met de werkelijke koers op het moment van betaling, niet met de koers op de orderdatum.
De historie is belangrijk
De inkoopprijs van vandaag zegt niets over de marge op een order van vier maanden geleden. Daarom moet de prijs per zending bewaard blijven en moet een verkoop gekoppeld zijn aan de partij waaruit hij is geleverd. Anders rekent u met een gemiddelde dat nergens op slaat.
Wat u ermee kunt
Met een correcte kostprijs per variant ziet u welke artikelen werkelijk verdienen en welke er alleen goed uitzien. In de praktijk levert dat bij importerende handelsbedrijven vrijwel altijd een aantal prijsaanpassingen op die direct in het resultaat te zien zijn.


