- De kostprijs hoort mee te groeien met de order, niet erna berekend te worden
- Materiaal, uren, omstellen en stilstand zijn de vier posten die tellen
- Bijsturen kan alleen zolang de order nog loopt
Bij de meeste maakbedrijven is de kostprijs per order een berekening achteraf. De order wordt uitgeleverd, de uren worden geboekt, en aan het eind van de maand rolt eruit wat het heeft gekost. Op dat moment is er niets meer aan te doen, en bij herhalende artikelen is de fout dan al twintig keer gemaakt.
Wat meegroeien betekent
Meegroeien wil zeggen dat elke gebeurtenis op de werkvloer direct doorwerkt in het kostenbeeld van de order. Materiaal dat wordt uitgegeven, uren die worden gestart en gestopt, een omstelling die langer duurt dan gepland, een storing die de lijn stillegt. De stand is dan altijd actueel in plaats van maandelijks.
De vier posten
- Materiaal, geboekt bij uitgifte en niet op basis van de stuklijst.
- Directe uren, per bewerkingsstap en niet per dag.
- Omstellen, apart van produceren, want dit is de post waar bij kleine series de meeste tijd in gaat.
- Stilstand en herbewerking, met een korte reden, want zonder reden is het cijfer niet bruikbaar.
Waarom stuklijsten misleiden
Veel systemen boeken materiaal af op basis van de stuklijst zodra een order gereedgemeld wordt. Dat is administratief netjes en feitelijk onjuist, want juist het verschil tussen stuklijst en werkelijk verbruik vertelt waar u geld verliest. Boeken bij uitgifte kost een scan en levert het enige cijfer op dat ertoe doet.
Wat u ermee doet
Op orderniveau kunt u ingrijpen bij een uitschieter. Op artikelniveau ziet u over een paar maanden welke producten structureel te laag geprijsd zijn. In de praktijk levert die tweede toepassing het meeste op, omdat er in vrijwel elk assortiment artikelen zitten die al jaren onopgemerkt verlies draaien.


