- Uren die achteraf uit het hoofd worden ingevuld, kloppen structureel niet
- De overstap slaagt of faalt op de toon waarop hij wordt ingevoerd
- Begin bij een afdeling en breid uit als het daar werkt
Het weekbriefje is taai. Het werkt al jaren, iedereen kent het en de administratie kan ermee vooruit. Het probleem is dat de cijfers erop niet kloppen, en dat niemand dat kan zien omdat er geen alternatief naast ligt.
Waarom de cijfers scheef zijn
Wie op vrijdag terugkijkt op de week, verdeelt de uren over de orders die hij zich herinnert. Grote orders krijgen daardoor structureel te veel en kleine te weinig. Dat is geen kwade wil maar hoe geheugen werkt. Het gevolg is dat uw nacalculatie per artikel systematisch de verkeerde kant op wijst.
De toon bepaalt het resultaat
Wordt de overstap gepresenteerd als betere controle op de productiviteit, dan gaat men defensief boeken en zijn de nieuwe cijfers net zo onbetrouwbaar als de oude. Wordt hij gepresenteerd als middel om te zien welke artikelen verkeerd gecalculeerd zijn, dan is het belang van de vloer hetzelfde als dat van de directie.
Praktische aanpak
- Begin bij een afdeling of een machinegroep, niet bij het hele bedrijf.
- Laat het weekbriefje de eerste weken naast het systeem bestaan, zodat er een vergelijking is.
- Toon de vloer wat eruit komt, in hun eigen termen, binnen de eerste maand.
- Schaf het briefje pas af als de nieuwe registratie compleet genoeg is.
Wat u de eerste keer ziet
Bij vrijwel elk bedrijf blijkt na de eerste maand dat de werkelijke tijdsbesteding anders verdeeld is dan gedacht, meestal met meer omsteltijd en meer wachttijd dan iemand had ingeschat. Dat is een ongemakkelijke uitkomst en tegelijk de reden dat het traject zich terugverdient.


