- In vrijwel elk assortiment zitten artikelen die al jaren verlies draaien
- Ze blijven onzichtbaar omdat de kostprijs op een norm is gebaseerd
- Werkelijke registratie haalt ze binnen een kwartaal boven water
Vraag een directeur welke artikelen het meeste opleveren en er komt een antwoord. Vraag welke artikelen verlies draaien en het blijft meestal stil. Dat komt niet doordat het niemand interesseert maar doordat de kostprijs in de meeste systemen een berekening is en geen meting.
Waarom een normkostprijs vertekent
Een normkostprijs is ooit vastgesteld op basis van een verwachte bewerkingstijd en een verwacht materiaalverbruik. Beide veranderen: gereedschap slijt, materiaal wijzigt, de uitvoering wordt aangepast op verzoek van een klant. De norm wordt zelden bijgewerkt, en het verschil groeit ongemerkt.
Wat u moet meten
- Werkelijke bewerkingstijd per order, gesplitst naar produceren en omstellen.
- Werkelijk materiaalverbruik, geboekt bij uitgifte en niet volgens stuklijst.
- Herbewerking en afkeur, toegerekend aan het artikel waar ze bij horen.
- Aantal per order, want bij kleine series drukt omstellen zwaar per stuk.
Het seriegrootte-effect
Het punt dat het vaakst wordt gemist is dat een artikel winstgevend kan zijn bij een serie van tweehonderd en verliesgevend bij een serie van tien. De kostprijs is dan geen getal maar een verband. Wie dat inzichtelijk heeft, kan een minimale afnamehoeveelheid afspreken in plaats van de prijs te verhogen.
Wat u met de uitkomst doet
Niet elk verliesgevend artikel hoeft weg. Sommige horen bij een assortiment dat u nu eenmaal compleet moet aanbieden, en dat is een bewuste keuze. Het verschil is dat het een keuze wordt in plaats van iets wat u overkomt.


