- Aanvullen op gevoel levert overal het verkeerde op
- Baseer de aanvulling op werkelijke afzet per locatie
- Een centraal voorraadgetal zegt niets over waar het ligt
Wie meerdere verkooppunten of vestigingen bevoorraadt vanuit een centraal magazijn, kent het beeld: op de ene plek blijft een artikel liggen terwijl een andere vestiging misgrijpt. Het totaal klopt, en toch is er een probleem.
Waarom het totaal misleidt
Een voorraadgetal op bedrijfsniveau vertelt of u genoeg heeft ingekocht. Het vertelt niets over of het op de juiste plek ligt, en dat is precies waar de omzet op vastloopt. Een klant die voor een lege plank staat, koopt niet en gaat er niet van uit dat het elders wel op voorraad ligt.
Wat er per locatie bekend moet zijn
- De werkelijke stand per artikel en per variant, niet een afgeleide.
- De afzet per week over een langere periode, want een enkele week zegt niets.
- Seizoenspatronen en lokale verschillen, want die zijn per vestiging anders.
- Wat er onderweg is naar die locatie, zodat er niet dubbel wordt aangevuld.
Aanvullen op afzet
Zodra de afzet per locatie bekend is, kan het systeem voorstellen doen: dit artikel gaat hier drie stuks per week, er ligt er nog een, dus aanvullen. Dat is eenvoudige rekenkunde die met de hand niet vol te houden is bij duizenden artikelen en meerdere locaties.
Het voorstel blijft een voorstel
Wij bouwen dit bewust als voorstel en niet als automatische bestelling. De vestigingsleider weet dingen die het systeem niet weet: een lokaal evenement, een wegafsluiting, een klant die iets heeft aangekondigd. Een voorstel dat hij kan aanpassen, wordt gebruikt. Een automatische bestelling die hij niet vertrouwt, wordt omzeild.


